Lees nu: 'De stem van het Wad'

Het is hoog tij(d), het is leestijd! 

Met trotst presenteren we ‘De stem van het Wad. Zwervend denken over zoöcratie en de klimaatcrisis’. Een boek vol (scherpzinnige en) uitdagende ideeën gericht op een toekomst waarin iedere stem – menselijk en niet-menselijk – écht wordt gehoord. Een boek dat oproept tot een radicaal andere politiek: een zoöcratie. 

Het leven op onze planeet staat onder grote druk door klimaatontwrichting, oorlog en militarisering, de teloorgang van ecosystemen zoals het Wad en de drastische achteruitgang van biodiversiteit. We hebben daarom meer dan ooit behoefte aan een wereld die niet wordt gestuurd door strijd, winst en groei. ‘De stem van het Wad’ schetst een alternatief: een wereld gebaseerd op inclusie, solidariteit en wederkerigheid. 

Net als eb en vloed meandert ‘De stem van het Wad’ langs tal van radicale en inspirerende (politieke) ideeën en (filosofische) stromingen. Op zoek naar de stemmen die nu niet worden gehoord: van het Wad, van niet-menselijke dieren, van onderdrukte groepen mensen en niet in de laatste plaats van de aarde zelf. Als we (weer) leren luisteren naar deze stemmen en bereid zijn om ingrijpende keuzes te maken, hebben we ook in de toekomst kans op een leefbare planeet. Hoogste tijd dus voor een zoöcratie.

‘De stem van het Wad’ is een heuse Luchtfietsers-productie: geschreven door Dirk, geïllustreerd door Paul, vormgegeven door Martijn en geïnspireerd door alle gesprekken met mede-Luchtfietsers, dromers en activisten en niet te vergeten door het Wad zelf en al zijn menselijke en niet-menselijke bewoners.

Samen met de professionele ondersteuning van Kelder Uitgeverij hebben we (al zeggen we het zelf ;-)) een prachtig boek gemaakt. Kelder heeft een mooi fonds met teksten uit de anarchistische en socialistische beweging. Vrijdenkend, zoals ‘De stem van het Wad’ vinden we bij Kelder een goed onderkomen (zie www.kelderuitgeverij.nl).

Met illustraties van Paul Kusters

INTRODUCTIE-AANBIEDING

‘De stem van het Wad’ kost in de boekhandel 17,50 euro (excl. verzendkosten). Wij bieden het als introductie nu aan voor 14,50 euro (excl. verzendkosten) dus wees er snel bij! (*) 

We kunnen het boek opsturen, je kunt het bij ons komen ophalen, of nu bestellen en wachten tot we bij je in de buurt zijn om het af te leveren – op de fiets uiteraard 🙂 

Natuurlijk ontbreekt ook een leuke aanbieding niet: bestel je 4 exemplaren of meer, dan krijg je een fraaie print van één van de prachtige illustraties in het boek cadeau!

(*) Is de vraagprijs voor jou niet haalbaar, maar wil je het boek wel graag hebben? Stuur dan een mail naar: post@deluchtfietsers.nl

OVER DE AUTEUR

Fotografie: Ellen Floris

Dirk Kuiken (Het Bildt, 1973) is opgegroeid aan de Friese Waddenkust. Al heel jong was hij zich bewust van de ellende die we in het Waddengebied en elders op de wereld aanrichten. Als kind ging hij daarom vaak met zijn ouders mee naar demonstraties, onder andere tegen kernwapens en voor vrouwenrechten. 

Hij studeerde filosofie vanuit verwondering. Waarom accepteren we armoede, onderdrukking en vervuiling? Na een loopbaan als journalist besloot hij het roer om te gooien en werd activist. Hij richtte mede De Luchtfietsers op en fietste met een wereldbol door het land om aandacht te vragen voor de klimaatcrisis. 

Sinds een aantal jaren is hij ook actief bij Extinction Rebellion en bij Vliegop!, een antimilitaristisch collectief. Zolang er onrecht is blijft hij strijden én schrijven voor sociale en ecologische rechtvaardigheid.

FRAGMENT uit ‘De stem van het Wad’


(Menselijk) afval en het onzichtbare ‘waste-management’

Het is voor ‘ons’ vanzelfsprekend dat wegen goed begaanbaar zijn, dat kantoren schoon zijn en dat er warm water uit de kraan komt. Het is normaal dat er op ieder moment van de dag melk, vlees, brood en sinaasappels gekocht kunnen worden in de supermarkt. Het is voor ons logisch dat wij alles online kunnen bestellen en dat dit in korte tijd bij ons thuis wordt afgeleverd, ongeacht of datgene wat we hebben gekocht aan de andere kant van de wereld is geproduceerd. Sterker, we zijn ons er vaak nauwelijks van bewust dat Nederlandstalige webwinkels, waar we tegen spotprijzen de laatste mode kunnen kopen, in feite helemaal niet Nederlands zijn.

Wanneer er ook maar de schijn is van tekorten, zoals tijdens de coronacrisis, dan raken we in paniek en slaan we massaal aan het hamsteren. Tot groot genoegen van supermarkten en (andere) multinationals, die volop profiteren van onze – door diezelfde bedrijven aangewakkerde – gemakzucht en ons compulsieve koopgedrag.

De werkelijkheid achter dit o zo vanzelfsprekend lijkende systeem openbaart zich pas wanneer er (echt) iets misgaat. Zoals bij de eerdergenoemde ramp met het containerschip MSC Zoe (één van de grootste containerschepen ter wereld) op de Noordzee, net ten noorden van Ameland. In januari 2019 vielen tijdens een storm 342 containers van boord. De lading spoelde onder andere aan op de Waddeneilanden en de Friese en Groningse Waddenkust: een amalgaam van volstrekt overbodige spullen – van speelgoedpaardjes tot plastic korrels voor de verpakkingsindustrie. 

Dat wij deze waste normaal gesproken nooit zien, komt omdat in het kapitalistische systeem de productie en verwerking ervan nauwgezet wordt verborgen om de belofte, de droom van rijkdom en geluk, van comfort, gemak en smetteloosheid, niet te verstoren. De productie vindt plaats in ‘verre landen’, op afgelegen industrieterreinen of – in het geval van de vlees-‘productie’ – in hermetisch afgesloten megastallen, slachterijen en fabrieken.

Ook de uiteindelijke lozing van het afval dat het kapitalisme produceert, vindt plaats buiten het gezichtsveld van ons als consument. Waste wordt, zeker als het giftig of gevaarlijk is, afgevoerd naar regio’s in de wereld waar het de betalende consument geen schade kan berokkenen: naar voormalig gekoloniseerde gebieden. Zo worden onze afgedankte mobieltjes gedumpt in Afrika en worden afgeschreven vrachtschepen gedropt op de stranden van India, om daar gesloopt te worden onder onveilige werkomstandigheden.

Een wrang voorbeeld hiervan is het schandaal rond de Probo Koala in 2006. Dit door het Nederlandse bedrijf Trafigura gehuurde schip werd in Amsterdam volgeladen met zogeheten ‘slops’, afvalstoffen die vrijkomen bij het reinigen van scheepstanks. Deze slops, een mengsel van (voor de kenners) petroleum, natriumhydroxide, het zeer giftige waterstofsulfide en evenzeer giftige fenolen, werden vervoerd naar Ivoorkust. Daar werd de giftige lading niet netjes verwerkt en afgevoerd, maar illegaal geloosd op lokale vuilstortplaatsen. De gevolgen laten zich raden; het leidde tot een ecologische ramp en een gezondheidscrisis waarbij meer dan 100.000 mensen ernstige klachten kregen.[58]

Maar dat ‘ons’ afval op andere plekken in de wereld wel schade berokkent, aan de natuur of de mensen daar, doet in het totalitaire kapitalisme niet ter zake. ‘Zij’ zijn immers geen kopers, maar slechts de verwerkers en ultragoedkope dumpplekken van de waste van onze consumptiemaatschappij. Dergelijke gebieden, de ‘afvoerputten’ van het kapitalisme, kunnen we daarom ‘wastelands’ noemen: uitgeputte grondgebieden waar door de lozing van giftig of schadelijk afval geen bewoning of landbouw meer mogelijk is. In hun onvruchtbaarheid en leegte zijn wastelands afgeschreven, levenloos. 

‘Human waste’ is het menselijke afval van onze consumptiemaatschappij.

Maar naast dit letterlijke afval is er sprake van nog een andere, figuurlijke vorm van waste; je zou dit ‘human waste’ kunnen noemen, menselijk afval. Immers, de verwerking van ons afval vindt plaats door mensen, maar dan wel mensen die wij meestal niet zien of kennen. Schoonmakers, kamermeisjes, transporteurs, destructiemedewerkers, niet alleen ver weg, maar ook hier.

Het zijn vaak rechteloze mensen, letterlijk en figuurlijk stemloos gemaakten, die de onderbetaalde arbeid van het ‘waste-management’ verrichten om het kapitalisme te kunnen laten draaien: illegalen, migranten, vluchtelingen, mensen van kleur, laag- of niet-geschoolden. Wie nog meer inzoomt ziet dat dit ‘waste-management’ wereldwijd in de praktijk meestal wordt gedaan door vrouwen van kleur, die in een door (witte) mannen gedomineerde wereld onderaan de maatschappelijke ladder staan.

Zij zijn onzichtbaar omdat zij meestal werken op tijden dat wij niet op kantoor zijn. Zij doen hun werk op plekken buiten het gezichtsveld van woonwijken, winkelcentra en zakendistricten, of ver weg in Azië of Afrika. De gezondheid, het welzijn – en eigenlijk het leven – van deze mensen doet er voor het kapitalisme niet toe. Zij zijn inwisselbaar. Zij zijn human waste, het menselijke afval van onze consumptiemaatschappij. 

Het zijn dit ‘menselijke afval’ en de ‘wastelands’, die ontstaan in de cyclus van productie, verwerking en lozing binnen het totalitaire kapitalistische systeem, die het dekoloniaal feminisme een stem wil geven. 

De ironie van het kapitalisme is natuurlijk dat wij uiteindelijk allemaal slachtoffers zullen zijn van de planetaire vernietiging die het eindstadium vormt van het totalitaire kapitalistische systeem. Het kapitalisme is als een machine die mensen, niet-menselijke dieren en dingen vermaalt, opeet en vervolgens uitspuugt en dumpt, stelt de Nederlandse filosoof Lisa Doeland in haar boek Apocalypsofie. Over recycling, groene groei en andere gevaarlijke fantasieën. Wat dat betreft, volgens de Baskische denker Michael Marder bevindt de wereld zich al in een vergevorderd (eind)stadium: de aarde als geheel is hard op weg om een stortplaats voor industriële producten en het afval daarvan te worden.